Dyslexie

Definities van Dyslexie

Er zijn veel verschillende definities van dyslexie. De volgende definitie van dyslexie is de definitie van Stichting Dyslexie Nederland (2016):

“Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking.”

Een uitgebreidere definitie is de definitie van de International Dyslexie Association (Lyon, Shaywitz & Shaywitz, 2003):

“Dyslexie is een specifieke leerstoornis van neurobiologische oorsprong. De stoornis wordt gekenmerkt door moeilijkheden met accurate en/of vlotte woordherkenning en door geringe spelling- en decodeervaardigheden. Deze moeilijkheden zijn doorgaans het gevolg book-15584_1920van een stoornis in de fonologische component van taal en zijn veelal onverwacht in het licht van andere cognitieve vaardigheden en aanbod van effectieve instructie in de klas. Secundaire consequenties omvatten problemen met begrijpend lezen en een geringere leeservaring, die de ontwikkeling van de woordenschat en kennis van de wereld kunnen belemmeren.”

In beide definities van dyslexie is er sprake van een stoornis met het lezen en schrijven op woordniveau. In definitie van de International Dyslexia Association wordt er echter meer ingegaan op de oorzaken en gevolgen van dyslexie.

Oorzaken van Dyslexie

dna-694798_1920De precieze oorzaak van dyslexie is onbekend. Er is wel bekend dat erfelijkheid een rol speelt. Zo hebben eeneiige tweelingen vaker beide dyslexie, dan twee-eiige tweelingen (DeFries & Alarcón, 1996). Kinderen met een familielid met dyslexie hebben vaker dyslexie dan kinderen zonder een familielid met dyslexie. Een deel van de deelnemers aan het Dyslexie Onderzoek Groningen heeft een familiair risico op dyslexie doordat een ouder en minimaal 1 andere familielid dyslexie heeft. Er zijn diverse genen ontdekt die in verband zijn gebracht met dyslexie, maar het is niet het geval dat er een enkel gen is wat dyslexie kan veroorzaken.

fMRIUit wetenschappelijk onderzoek is ook naar voren gekomen dat kinderen en volwassenen met dyslexie andere patronen van hersenactiviteit hebben tijdens leestaken dan mensen zonder dyslexie. Zo lijken sommige mensen met dyslexie de rechter hersenhelft meer te gebruiken dan mensen zonder dyslexie en zijn er specifieke gebieden in linkerhersenhelft van mensen met dyslexie die juist een verminderde activiteit laten zien tijdens leestaken (Pugh et al., 2001).

Hoewel dyslexie gedefinieerd wordt als een stoornis met het lezen van woorden zijn er ook andere cognitieve vaardigheden waar mensen met dyslexie meer moeite hebben dan mensen zonder dyslexie. Veel onderzoek laat zien dat mensen met dyslexie moeite hebben met fonologische vaardigheden, dit zijn de vaardigheden die nodig zijn om letters om te zetten in klanken, iets wat erg belangrijk is bij het lezen. Daarnaast hebben sommige mensen met dyslexie ook moeite met het snel ophalen van verbale informatie uit het geheugen. Om snel en goed te kunnen lezen is dit van belang om dit goed te kunnen. Deze vaardigheid wordt vaak getest met taken waarbij snel kleuren, cijfers of plaatjes moeten worden benoemd.

De diagnose dyslexie wordt niet gegeven wanneer de leesproblemen waarschijnlijk het gevolg zijn van een andere stoornis of omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een ernstige spraak-taal problemen of inefficiënte instructie kan dit het geval zijn. Wanneer een kind een verstandelijke beperking heeft is er alleen sprake van dyslexie wanneer de lees- en spellingsproblemen groter zijn dan verwacht op basis van de intelligentie van het kind.

Prevalentie van Dyslexie

Hoe vaak dyslexie voorkomt in de algemene bevolking hangt af van de definitie van dyslexie en de diagnostische criteria die worden gehanteerd. Geschat wordt dat dyslexie bij 3 tot 10 % van de mensen voorkomt (Snowling, 2000). Over het algemeen komt dyslexie meer voor bij jongens dan bij meisjes (Miles, Haslum, & Wheeler, 1998) en komt het meer voor bij mensen die links handig zijn in vergelijking tot bij rechts handige mensen (Eglinton & Annett, 1994). Dyslexie komt ook meer bij mensen die met sommige andere ontwikkelingsstoornissen zoals bijvoorbeeld ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), DCD (Developmental Coordination Disorder) en OCD (Obsesive Compulsive Disorder, Kaplan, Wilson, Dewey, & Crawford, 1998; Robin, 2005). Zoals reeds genoemd is het percentage dyslexie hoger onder kinderen met een ouder op dyslexie, dit wordt op geschat op 31-62%  (Grigorenko, 2001).

scrabble-921255_1920

Gevolgen van Dyslexie

Dyslexie kan grote gevolgen hebben. De wereld om ons heen is een wereld waar het erg belangrijk is om te kunnen lezen. Te denken valt aan internet, ondertiteling op tv, nieuwsberichten, maar ook de stof van veel schoolvakken naast natuurlijk het lezen en schrijven zelf wordt vaak geschreven aangeboden. De definitie van dyslexie van de International Dyslexia Association benoemt ook dat sommige kinderen als gevolg van dyslexie een lagere woordenschat en problemen met begrijpend lezen ontwikkelen. Veel kinderen met dyslexie lezen minder omdat ze het lezen als moeilijk en niet leuk ervaren, wat als gevolg heeft dat ze minder oefenen en nog minder leesvorderingen maken dan kinderen zonder dyslexie. Naast deze problemen kunnen kinderen als gevolg van dyslexie ook een laag zelfvertrouwen, faalangst en een algemene negatieve leerhouding ontwikkelen. Voor volwassenen kan dyslexie nog steeds erg belemmerend zijn omdat het voor veel beroepen van belang is om te kunnen lezen. Om de gevolgen van dyslexie beter in kaart te brengen zal er in het Dyslexie Onderzoek Groningen ook gekeken worden naar de gevorderde leesontwikkeling bij kinderen met en zonder een risico op dyslexie.

Er is de laatste jaren zeer veel onderzoek gedaan, wat we hier niet allemaal kunnen beschrijven. Een goede informatiebron is de brochure van Stichting Dyslexie Nederland die u gratis kunt downloaden, daarnaast zijn er ook veel meer websites die u verdere informatie over dyslexie kunnen geven.sad-544730_1920

Referenties

  • DeFries, J. C., & Alarcón, M. (1996). Genetics of specific reading disability. Mental Retardation and Developmental Disabilities Research Reviews, 2(1), 39-47.
  • Grigorenko, E. L. (2001). Developmental dyslexia: An update on genes, brains, and environments. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 42(1), 91-125.
  • Kaplan, B. J., Wilson, B. N., Dewey, D., & Crawford, S. G. (1998). DCD may not be a discrete disorder. Human Movement Science, 17(4–5), 471-490.
  • Lyon, G.R., Shaywitz, S.E., & Shaywitz, B.A. (2003). A definition of dyslexia. Annals of Dyslexia, 53, 1-15.
  • Miles, T., Haslum, M., & Wheeler, T. (1998). Gender ratio in dyslexia . Annals of Dyslexia, 48(1), 27-55.
  • Pugh, K. R., Mencl, W. E., Jenner, A. R., Katz, L., Frost, S. J., Lee, J. R., . . . Shaywitz, B. A. (2001). Neurobiological studies of reading and reading disability. Journal of Communication Disorders, 34(6), 479-492.
  • Robin, P. (2005). Comorbidity of dyslexia, dyspraxia, attention deficit disorder (ADD), attention deficit hyperactive disorder (ADHD), obsessive compulsive disorder (OCD) and tourette’s syndrome in children: A prospective epidemiological study. Clinical Chiropractic, 8(4), 189-198.
  • Snowling, M. J. (2000). Dyslexia (2nd ed.). Oxford, UK: Blackwell Publishing.
  • Stichting Dyslexie Nederland (2016) Diagnose en Behandeling van Dyslexie. Verkregen op 27 Feb 2017 van: Downloaden SDN-brochure 2016
Advertenties